Setup
Stap 1: connector kiezen
Raadpleeg het connector overzicht om een idee te krijgen van de connectoren die in het platform beschikbaar zijn.
Stap 2: connectie aanvragen
Indien van toepassing start je een aanvraag op bij de aanbieder van de externe service (bijvoorbeeld MAGDA). Je doorloopt een onboardingsprocedure waarna je een account krijgt met de nodige credentials.
Stap 3: connector activeren
Activeer de connector in je applicatie aan de hand van volgende stappen.
-
Voeg de juiste dependency toe aan de pom.xml van je applicatie.
-
Voeg de nodige connector instellingen toe aan de applicatie-eigenschappen.
-
Indien mogelijk, kan je de performantie van de connectie configureren via resilience4j.
Stap 5: Connector implementeren
Veel connectoren kan je eenvoudig integreren in je workflow via een service taak of een listener. Hier gebeurt de mapping van inputparameters en van alle opgehaalde data. Voor frequent gebruikte connectoren is er zelfs een service taak template beschikbaar.
Andere connectoren zijn niet zomaar plug & play, maar moeten binnen je project verder uitgebreid worden met projectspecifieke logica.
Stap 5: Connector testen
Grosso modo onderscheiden we hier twee fases:
-
Testen van de connectie: deze maken doorgaans deel uit van de aanvraag- en onboardingsprocedure (zie hoger). Hiervoor krijg je van de aanbieder de nodige info. Het gaat om geïsoleerde testen met enkel de connectie als voorwerp.
-
End-to-end testen: eenmaal de connectie opgezet is, wil je die verder integreren in je workflows. Om end-to-end testen uit te voeren op een geïsoleerde testomgeving zal je de aan te spreken externe service moeten mocken (mockservice & mockdata). Hiervoor kan je gebruik maken van een tool als CastleMock.
Stap 5: Connector in productie brengen
txtd